ACTUEEL NIEUWS
Kema: Minder magnetische straling door stoelendans in stroomnet
Geplaatst door Redactie Mymobichip, 23 september 2011.
VEENENDAAL (Energeia) Door de geleiders van elektriciteit anders te positioneren neemt de magnetische straling van een hoogspanningsverbinding af. Dat blijkt uit een onderzoek dat Kema uitvoerde in opdracht van regionale netbeheerder Stedin bij een 150 kV-lijn bij Veenendaal. Dankzij een herschikking van de geleiders in de mast heffen magnetische stralingen die van de lijnen afkomen elkaar optimaal op, concludeert Kema. De bevindingen lijken bruikbaar om nieuwe stroomlijnen dicht bij huizen of gebouwen te zetten, zonder dat er verhoogde vermeende gezondheidsrisico’s optreden. Al moet je met die verbanden uiterst voorzichtig zijn, waarschuwt het onderzoek.
Fasedraaiing
Kema deed eerder dit jaar de metingen voor Stedin op het
hoogspanningslijntraject Driebergen-Veenendaal. Daar staat de school 't Goede
Spoor en Stedin wilde graag weten of de straling van het net zou afnemen door
zogenoemde fasedraaiing. Dit houdt in dat de geleiders die in de masten hangen
een herschikking ondergaan. De buitenste en middelste lijnen gaan naar binnen
en de binnenste geleiders komen aan de buitenkant te hangen.
Die aanpak zoog Stedin natuurlijk niet zomaar uit de duim, de aanname was dat dit de magnetische zone zou verkleinen. Kema stelt nu dat dit klopt. Volgens de onderzoekers is de zogenoemde veldsterkte (hoe sterk de lijnen stralen) gemiddeld 2,5 keer zo klein na fasedraaiing. Door dat kleinere magnetische effect wordt het gebiedje dat vrij moet blijven naast een stroomverbinding ook kleiner. Deze 'cirkel op de kaart' wordt volgens Kema zo'n beetje met een derde teruggebracht.
Kinderleukemie
De straling die komt van een elektriciteitsverbinding op hoge spanning wordt
in verband gebracht met ziekteverschijnselen, in het bijzonder kinderleukemie.
Als richtlijn voor het veronderstelde risico hierop -een causaal verband is
niet bewezen- wordt vaak een straling van 0,4 microtesla gebruikt. Bij de
school in Veenendaal werd voor de stoelendans van de geleiders (direct onder
de hoogspanningslijn) 2,03 microtesla gemeten. En daarna 0,68 microtesla. Bij
de fietsenstalling van de school meette Kema eerst 0,36 microtesla, en daarna
0,1 microtesla.
Valt er nu iets zinnigs te zeggen over de kans op kinderleukemie die er eerst was en die er na de aanpassing is? Nee, stellen de onderzoekers. "Kema constateert dat diverse onderzoeksinstanties magneetvelden meten en deze zonder enige nuancering vergelijken met de waarde van 0,4 microtesla, waarmee de suggestie wordt gewekt dat een inschatting te maken is van de verhoogde kans op kinderleukemie."
Blindstaren
Kema wijst op het rapport 'Onzekerheden en aannames in kwantitatieve analyse
gezondheidsrisico van hoogspanningslijnen' van de Universiteit Utrecht (2010).
Daarin staat dat het getal 0,4 microtesla niet als standaard gebruikt mag
worden en dat het tot "misverstanden over de wetenschappelijke status" zou
leiden om overal ter vergelijking het getal 0,4 bij te slepen. Als dat al
gebeurt moet je het volgens de universiteit beschouwen als "een zeer
voorlopige indicatieve schatting van de mogelijke omvang met een lage
betrouwbaarheid". Niet te veel op blindstaren dus. Kema deelt dat uitgangspunt
en vindt het daarom "niet zinvol" om een uitlating te doen over de situatie
bij de onderzochte schoollocatie.
Auteur: Frank Straver
f.straver@energeia.nl
Copyright©, Energeia, 2011
Bron: www.energeia.nl
Reageer op dit artikel


